Adviezen voor thuis

Adviezen voor thuis

Na het ontslag uit het ziekenhuis kunt u zich wat onzeker voelen over wat u wel kan of mag doen. In het ontslaggesprek met de cardioloog, arts assistent of verpleegkundige wordt een aantal zaken besproken. Vaak komen er later vragen bij u op. Hieronder geven wij een aantal antwoorden op veel voorkomende vragen. Als het antwoord op uw vraag er niet bij staat, kunt u uw vraag achter in deze folder opschrijven. Bij het intakegesprek of bij de verschillende informatiebijeenkomsten kunt u uw vraag dan stellen. U kunt uw vraag ook bij de volgende afspraak op de polikliniek cardiologie stellen.

Autorijden, fietsen en reizen

Wacht met fietsen totdat u gestart bent met de hartrevalidatie. Met fietsen levert uw hart meer inspanning. Wanneer u nog geen fietstest gedaan heeft, weten wij niet hoe uw hart reageert op deze (grotere) inspanning. Overleg met uw cardioloog wanneer u weer mag reizen per vliegtuig.

  • Na een dotter/stent procedure, maar u heeft géén hartinfarct gehad: U mag na drie dagen weer fietsen en autorijden. Toch raden wij u aan om grote inspanning te vermijden.
  • Na een hartinfarct, met of zonder dotter/stent procedure: U mag volgens het CBR (Centraal Bureau rijvaardigheidsbewijzen) gedurende vier weken niet autorijden, omdat er de eerste twee weken na het infarct een verhoogde kans is op het ontstaan van hartritmestoornissen. Daarnaast moet uw lichaam wennen aan nieuwe medicijnen. Sommige medicijnen kunnen uw reactiesnelheid beïnvloeden.
  • Na een hartoperatie: U mag gedurende zes weken niet autorijden en niet fietsen. De reden hiervoor is uw borstwond. Wanneer u een ongeluk krijgt, of met de fiets komt te vallen is uw borstkast niet sterk genoeg om uw hart en longen goed te beschermen.
  • Na een ICD implantatie: U mag gedurende de eerste 2 maanden na de implantatie van een ICD niet autorijden. Als na die twee maanden bij de controle van de ICD blijkt, dat deze géén schok heeft afgegeven, krijgt u van uw cardioloog een geschiktheidsverklaring. Hiermee kunt u bij het CBR een rijbewijs aanvragen.

Voeding en uw dieet

Beperk het gebruik van vet en zout. Eet voldoende groente en fruit. Drink voldoende water. Matig alcoholgebruik. Alcohol kan een reactie geven in combinatie met de medicijnen die u gebruikt. Vraag dit eventueel uw behandelend arts.
Heeft u vragen over uw voeding of dieet? Wilt u op een goede en veilige manier afvallen? Dan kunt u het beste contact opnemen met een diëtist.

Werken

Wij raden u aan om goed naar uw lichaam te luisteren. Na een incident met uw hart, is het advies om na de ziekenhuisopname eerst te starten met revalideren.
De ernst van het incident met uw hart bepaalt wanneer u weer kunt starten met werken.
Wanneer u weer kunt starten met werken moet in overleg met uw cardioloog, de fysiotherapeut of het maatschappelijk werk en de arbodienst, betrokken bij uw werk, genomen worden. De snelheid waarmee u weer volledig zult kunnen werken hangt af van uw hartaandoening, uw conditie, de aard van uw werk, uw sociale omstandigheden en uw leeftijd.

Bewegen

Het is belangrijk om in beweging te komen en te blijven bewegen. Wij raden u aan om dagelijks een stuk buiten te lopen. Elke dag een stukje verder. Wanneer u merkt dat u na een wandeling erg moe bent, moet u na afloop rust nemen. Merkt u dat u na een wandeling extreem vermoeid bent, dan is dat een teken, dat u zich iets te veel heeft ingespannen. Wandel dan de volgende dag een kleinere afstand. Probeer uw activiteiten elke dag een klein beetje verder uit te breiden.

Roken

Als u rookt probeer dan te stoppen. Ook als u lang gerookt heeft, is het nog zinvol om te stoppen. De directe effecten van roken verdwijnen meteen na het stoppen. Roken jaagt het hartritme en de bloeddruk op en daardoor heeft het hart meer zuurstof nodig. Na bijvoorbeeld een infarct heeft het hart juist gebrek aan zuurstof. Blijven roken geeft dus een zeer ongewenst effect. Verder wordt door roken het bloed dikker, neemt de koolmonoxide de plaats van zuurstof in op de rode bloedcellen en versnelt het roken de arteriosclerose (bloedvatverkalking). Hierdoor komt er nog minder zuurstof naar het hart. Maar er zijn bijvoorbeeld nog meer voordelen om te stoppen. Je voelt je fitter, je hoeft niet meer in weer en wind buiten te roken, het bespaart geld, je proeft en ruikt beter.
Roken is een verslaving en het is daardoor moeilijk om hiermee te stoppen. Stoppen hoeft u niet alleen te doen. Er zijn verschillende manieren om hier hulp bij te krijgen. Uw cardioloog kan u verwijzen naar een Stoppen met Roken coach. En er zijn programma’s die u via de huisarts kan volgen. Via het ziekenhuis kan dit met een verwijzing van de cardioloog. De (meeste) zorgverzekeraars zullen de kosten van het stoppen met roken in zijn geheel of gedeeltelijk vergoeden. Informeer er naar bij uw zorgverzekeraar.

Seksualiteit

Sommige patiënten of hun partners merken dat het vrijen anders gaat dan voorheen. Dit kan komen, doordat u nog erg moe bent, u nog erg bezig bent met de verwerking van uw ziekte en soms ook doordat u bang bent voor uw gezondheid. Wanneer u zonder problemen twee trappen kunt lopen, dat wil zeggen dat u geen pijn op de borst krijgt, niet sterk kortademig wordt of hartkloppingen krijgt, is het veilig om ook weer gemeenschap te hebben.
Medicijnen, bijvoorbeeld sommige medicijnen ter betering van de werking van uw hartspier, kunnen eveneens uw zin in seks verminderen of invloed hebben op uw erectie of op het vochtig worden van de vagina.
Wanneer u problemen heeft met seksualiteit, neemt u dan contact op met uw cardioloog, huisarts of met de verpleegkundige hartrevalidatie. Samen met u zoeken zij naar een oplossing.

Uw partner, familie

De periode rondom uw opname kan veel zorgen, spanning en emotie binnen uw gezin geven.
Vaak beleven partners, of naasten dit als een moeilijke periode, waarin zij gezin en familie opvangen, het huishouden regelen en proberen dit vol te houden. Bij uw thuiskomst kan het zijn dat het voor uw partner, of naaste te veel wordt. Probeer elkaar te steunen en emoties te bespreken. Wanneer het moeilijk is om samen een nieuw evenwicht te vinden kan het verstandig zijn om hiervoor hulp te vragen. Neemt u dan contact op met uw cardioloog, huisarts of met de verpleegkundige hartrevalidatie.